Goede maaltijden in oorlogstijd

DSC_0372

“Het boekje werd samengesteld toen de donkere oorlogswolken zich aan de kim samendrongen; het is verschenen nadat het onweer boven ons land was losgebarsten. Het zal moeten blijken of de aangegeven wegen alle gevolgd zullen kunnen worden. In ieder geval is het een gelukkige gedachte om een aanvraag voor wijzigingsbladen bij te voegen.”

Zo luidt het voorwoord (“aan de lezeressen”) van het boekje Ons dagelijksch brood: Goede maaltijden in oorlogstijd. Een vooruitziende blik: de kans is groot dat ook wij in de oorlog betrokken worden, en zodra dat gebeurt, hoe kunnen we dan nog aan ons “dagelijksch brood” komen? Al in 1939, toen Nederland nog neutraal was, stelde de overheid voor het eerst rantsoenen vast, in afwachting van de schaarste die waarschijnlijk nog zou komen.

“Als gevolg van de hedendaagsche belemmeringen in het transportwezen zoowel als in den import van allerlei producten die wij in normale tijden uit andere landen betrekken, moeten er beperkingen aan den dag treden en zullen er, geheel of ten deele, groepen van levensmiddelen aan de markt onttrokken worden waar wij in gewonen tijd vrij over beschikken kunnen.”

De tips van de auteurs zijn snel samen te vatten: koop vooral seizoensproducten afkomstig uit Nederland, denk bewust na over voedingswaarde en ga zuinig om met voedsel. Eet liever tarwebrood dan witbrood, eet fruit zoveel mogelijk met schil, kook groente niet te lang. Koop liever fruit en noten dan koek en chocola. Koffie en thee zijn genotmiddelen.

Naast algemene tips bevat het boekje een flink aantal dagmenu’s en bijbehorende recepten. Dat zijn vooral traditioneel Nederlandse gerechten als hutspot, erwtensoep en warme chocolademelk, aangevuld met originele uitvinden als “krachtrondjes” – koekjes met havermout en kaas als voornaamste ingrediënten – en “heete rest met kaas”: precies wat de naam belooft, opgewarmde etensrestjes met kaas.

De vooruitziende blik zet zich verder door: “Worden de aangegeven dagmenu’s te duur, dan kunnen wij confituren, vleeschwaren, avonddranken en desnoods, doch pas in het laatste geval, vruchten achterwege laten.”

Toch bleek het lastig te voorspellen hoe de rest van de oorlog eruit zou zijn. De rantsoenen tijdens de Hongerwinter steken bleekjes af tegen de standaard boodschappenlijst voor een gezin (“man, vrouw en 2 kinderen van 15-17 jaar”) die in het boekje staat.

Boodschappenlijst

Ter vergelijking: onze hoofdpersoon Loek schreef in januari 1945 in zijn dagboek dat er van het broodrantsoen nog maar 400 gram per persoon per week was overgebleven, ongeveer eenvijfde van de hoeveelheid die in deze boodschappenlijst wordt voorgeschreven.

Het boekje kregen we cadeau van Books4Life, een boekenwinkel die zijn opbrengst vrijwel geheel aan een goed doel schenkt. De vrijwilligers die in de winkel werken, krijgen een stem in de goede doelen waar de opbrengst naartoe gaat.

DSC_0387
De goede doelen van dit jaar.

Toen ik bij Books4Life was om Ons dagelijksch brood op te halen, kon ik me niet inhouden en bladerde ik even door de kast. Voor vijf goede tweedehands boeken betaalde ik vijf euro, en ik mocht zelfs ook nog een extra boekje uitzoeken als cadeau (want “elke week is bij ons boekenweek” – dat vind ik een goed principe).

DSC_0388
Zo’n deurhanger wil ik ook wel.

Of je nu boeken wilt doneren of kopen: je kunt elke werkdag tussen 11.00 en 17.00 terecht bij Books4Life Utrecht, Kromme Nieuwegracht 46. Ook Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Maastricht, Nijmegen en Tilburg hebben een Books4Life-winkel.

Dankjewel, Books4Life!
Dankjewel, Books4Life!

De moffen, onze ‘beschavers’

In onze oorlogsbrieven lees je niet vaak letterlijk het woord ‘Duitser’. De brievenschrijvers waren bang dat hun brieven onderschept zouden worden door de bezetter en dan kon één verkeerd woord al consequenties hebben. Maar het was ook niet nodig om de Duitser letterlijk te noemen: je wilde er geen woorden aan vuilmaken en per slot van rekening wist iedereen toch wel wie je bedoelde. Het was ‘wij’ tegen ‘zij’. Als iemand schreef: ‘Ze zitten hier op drie kilometer afstand’, dan wist iedereen wie je bedoelde en hoeveel angst er dus van dat bericht uitging.

Toch konden onze brievenschrijvers uit Oorlogsbrieven zich niet altijd van alle kritiek onthouden. Soms schreven zij wel over de Duitsers of de voortgang van de oorlog. Hiervoor gebruikten ze dan allemaal schuilbenamingen en scheldwoorden. Hieronder lees je de leukste. Lees verder De moffen, onze ‘beschavers’