Onze baby heet Oorlogsbrieven

We zeiden het al eerder, dat een boek als een soort kindje is, maar de volle ernst van die uitspraak overvalt ons nu pas echt. Wij zijn precies zo met Oorlogsbrieven als mensen om ons heen met hun jonge kinderen.

We zijn er ongeveer elk vrij moment mee bezig, we vervloeken het om de haverklap, maar toch is er niets dat we liever zouden willen doen. En we willen er altijd leuke en grappige dingetjes over Facebooken, want we denken er de hele tijd aan en zijn er buitenproportioneel trots op. We betrappen onszelf erop dat we er te pas en te onpas over beginnen en er uren over door kunnen praten.

Maar onze baby, Oorlogsbrieven, is dan ook écht een hele mooie baby.

Leuk detail is dat Oorlogsbrieven ook twee ouders heeft, en dat we met elkaar bijna niet meer over andere dingen kunnen praten, en dat we er even vaak tegen elkaar over zeuren als onszelf er zielsgelukkig mee prijzen, en dat we meestal ongeveer dezelfde ideeën hebben over de opvoeding maar er soms ook flink over kunnen discussiëren, en sommige dingen liever aan de ander overlaten omdat we die er meer mee vertrouwen. 

En weet je wat het gekke is? We denken nu al na over een tweede.

De moffen, onze ‘beschavers’

In onze oorlogsbrieven lees je niet vaak letterlijk het woord ‘Duitser’. De brievenschrijvers waren bang dat hun brieven onderschept zouden worden door de bezetter en dan kon één verkeerd woord al consequenties hebben. Maar het was ook niet nodig om de Duitser letterlijk te noemen: je wilde er geen woorden aan vuilmaken en per slot van rekening wist iedereen toch wel wie je bedoelde. Het was ‘wij’ tegen ‘zij’. Als iemand schreef: ‘Ze zitten hier op drie kilometer afstand’, dan wist iedereen wie je bedoelde en hoeveel angst er dus van dat bericht uitging.

Toch konden onze brievenschrijvers uit Oorlogsbrieven zich niet altijd van alle kritiek onthouden. Soms schreven zij wel over de Duitsers of de voortgang van de oorlog. Hiervoor gebruikten ze dan allemaal schuilbenamingen en scheldwoorden. Hieronder lees je de leukste. Lees verder De moffen, onze ‘beschavers’